Leo Bormans

Actief Burger

Ondanks alles en juist daarom

Van ergernis naar verantwoordelijkheid

Ergernis omzetten in verwondering. Verwondering omzetten in verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid gebruiken voor verandering. Het lijkt me een zinnige levenshouding. En het is niet toevallig ook het vaste structuurtje van het editoriaal dat ik voor Klasse schrijf.

Active citizenship steunt op vier C’s: challenge, capacity, connection, context. Ze zijn alle vier even belangrijk. Zonder de juiste prikkel, een aangesproken verlangen, een persoonlijke uitdaging (challenge) komt niemand in beweging. Je kan maar iets veranderen als je daar ook de mogelijkheden, de informatie, de kennis en het recht toe hebt (capacity). Alleen kom je daarbij niet ver. Actieve burgers verenigen zich, komen samen, creëren en stimuleren een wij-gevoel en verbondenheid (connection). Deze drie elementen staan schematisch in een driehoek en zijn evenwaardig. Je kan er niet één van wegdenken.

Iedereen verschilt

In alles wat ik maatschappelijk doe probeer ik me te baseren op dit schemaatje. Mensen op een creatieve manier prikkelen en stimuleren, bijdragen tot hun rechten en hun kennis en ervoor zorgen dat er een wij-gevoel ontstaat. Daarbij is het zinnig de vierde C goed in de gaten te houden: de context. Die verschilt voor elke mens en in elke situatie. Wie bijvoorbeeld iets wil realiseren of verbeteren voor de zwaksten in de samenleving, zal hun context goed moeten kennen en integreren. Respect voor de grote verschillen tussen mensen en samenlevingsvormen vormt het uitgangspunt.

Schone woorden?

Zijn dit alleen maar schone woorden? Ik hoop het niet. Toen ik 18 was leidde ik een jeugdclub van meer dan vijfhonderd leden. Ik heb het jaren gedaan en ik ontmoet nog heel vaak leeftijdsgenoten die met plezier verwijzen naar die uitdagende periode in de jaren zeventig. Achteraf bekeken werkten we daar zonder het te weten al aan al die C’s. Het blijft een van mijn sterkste leerscholen.

Het project Klasse drijft op het schema. Informatie is geen doel op zichzelf. Informatie moet leiden tot actie, inzet en engagement. Daarom gaan we voor alles wat we doen na of de C-pijlers erin zitten: is wat we doen en schrijven prikkelend genoeg, wordt de doelgroep er sterker van, creëert het draagkracht door een wij-gevoel en houdt het voldoende rekening met de verschillende situaties van de doelgroepen? Alleen teksten en initiatieven die die sterktetoets doorstaan, komen erdoor.

Ik laat me graag inspireren door de ideeën en initiatieven van de Koning Boudewijnstichting. Ik pleeg graag overleg met hen, werk mee aan brainstorms en acties. Toen Levenslijn (VTM) onder de vleugels kwam van de Koning Boudewijnstichting heb ik die motor bijvoorbeeld graag mee op gang getrokken. Een verhaal van fietshelmen, projecten voor jonge verkeersslachtoffers enz.

Sinds enkele jaren heeft Vlaanderen een eigen Unesco-commissie. Ik was blij dat ik door de regering werd aangeduid om daarvan deel uit te maken. Unesco speelt een verbindende rol op het vlak van Education, Science, Culture en Communication. We worden er geconfronteerd met sterke mensen en sterke ideeën. Op het vlak van onderwijs ligt het accent op Education for all. Voor wetenschap werkt Vlaanderen o.a. mee aan projecten rond water (en de detectie van tsunami’s bijvoorbeeld). Bij cultuur gaat de aandacht naar het erfgoed en de culturele diversiteit. Voor communicatie probeert Unesco bij te dragen tot de brede toegankelijkheid van alle informatiebronnen voor iedereen. Ik ben blij dat ik bijvoorbeeld het ingedommelde Unesco-initiatief “Werelddag van de Leraar” (World Teachers’ Day) in Vlaanderen heb kunnen lanceren en profileren. Iedereen kent het nu en op 5 oktober worden nu telkens talrijke initiatieven genomen die de grote maatschappelijke rol van de leraar als professional in de kijker zetten.

Ik duik met plezier mee in het enthousiasme van de mensen achter Boodschap Zonder Naam, een groep actievelingen die iets proberen te doen aan de verzeuring van de samenleving (en daarvoor geld verzamelen in de privé onder het motto “everyone supports, noone claims”). Ik werk mee aan de brainstorms, voorbereiding en uitwerking van de campagnes die zij organiseren: “De week van de goeiedag”, “Geef eens een compliment op een onverwacht moment”, “Met je oren zie je meer” enz.

Prinses Mathilde vroeg me om deel uit te maken van het bestuurscomité van het Prinses Mathildefonds. We zijn met een tiental mensen uit Vlaanderen en Wallonië (o.a. kinderpsychiater Peter Adriaenssens en voormalig kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove). We komen enkele keren per jaar met de prinses samen om richting te geven aan het maatschappelijk project dat zij met haar fonds wil ondersteunen. Het valt me op hoe goed geïnformeerd en hoe persoonlijk geëngageerd de prinses hierbij te werk gaat. Ze is bijvoorbeeld niet te beroerd om op een terugkomdag voor genomineerden zelf een workshop met leraren te leiden en er nadien voor de groep verslag over uit te brengen en de gelauwerde projecten persoonlijk te gaan bezoeken. Door onze gezamenlijke inbreng slagen we er in meer diepgang aan de initiatieven te geven en er bijvoorbeeld ook jongeren bij te betrekken, door niet alleen projecten voor hen te ondersteunen maar hen ook actief de beslissende stem te geven in de keuze van die projecten.

Omdat het gemakkelijk leek om vanuit Brussel “de wereld te veranderen” wilde ik ook uittesten wat het voor een lokale gemeenschap zou kunnen betekenen, zoals die van het eigen dorp. Daarom bouwden we met een stel bevlogen geesten in Leopoldsburg een motor van actief burgerschap uit. We noemden de groep Zebra. Vier jaar lang probeerden we samen de ideeën om te zetten in praktijk, over alle politieke en maatschappelijke grenzen heen. Een succesrijk experiment met concrete gevolgen. Er kwam eindelijk een concreet en laagdrempelig informatiebeleid dat vertrekt vanuit de burger. De bestaande wijkwerkingen werden in kaart gebracht, met elkaar verbonden en nieuwe initiatieven krijgen nu een originele stimulans. Met de Zebra-pas kon iedereen gratis proeven van het volledige gemeentelijk aanbod (van cultuurvoorstellingen tot bibliotheek, zwembad en museum). Allochtonen krijgen een plaats en een gezicht. Supergewone inwoners worden in de bloemetjes gezet. Burgers (en vooral ook jongeren) komen samen voor de Zebra-show, actieve inspraak- en participatieprogramma’s enz. Uiteindelijk moeten de politici hun verantwoordelijkheid nemen maar actieve burgers kunnen wel degelijk een stimulerende en inspirerende motor zijn als ze zich baseren op de juiste prikkels (challenge), kennis (capacity) en het verbindend wij-gevoel (connection), aangepast aan de specifieke situaties (context).

Ik schrok me een hoedje toen ik plots opdook in het boek “De 200 machtigste mensen van België” (Ludwig Verduyn, Van Halewyck 2001). Macht lijkt een vies woord. Toen ik in de inleiding las hoe “macht” werd gedefinieerd, kon ik er al een beetje beter mee leven: “Machtig is diegene die dingen in beweging kan zetten en voor verandering zorgt”. Toch blijft het een vreemd gevoel. Vooral omdat het begrip allerlei associaties oproept met hiërarchie, een woord waar wij op onze “horizontale” werkvloer en in mijn persoonlijke aanpak niet zo op gebrand zijn.

Zullen we ons maar gewoon samen laten blijven uitdagen om elke dag opnieuw ergernis om te zetten in verwondering en verantwoordelijkheid? Tot nut van ‘t algemeen.

Zin om te reageren of zelf tips te geven voor meer actief burgerschap?

Zin om een lezing bij te wonen of te organiseren?

Af en toe verschijnen opiniestukken en interviews in kranten en tijdschriften.