Leo Bormans

Angst voor de papieren wolf

De foto van het jaar is voor mij het beeld van de Chinese herder die geen geld meer heeft voor een hond en dan maar met een foto van een wolf de schapen voor zich uit jaagt. Hij klampt zich vast aan de drijfkracht van de angst. Dat werkt. Maar hoe lang duurt het tot de schapen doorhebben dat hij hen belazert? In theorie volstaat daarvoor de helderheid van geest van één schaap. Gedreven door de angst jagen schrikbeelden van papieren wolven ons het nieuwe jaar in. We weten niet eens of we mekkerend het ravijn of de woestijn in trekken. Het woord dat ons moet overtuigen is “vertrouwen”. In wie? In een herder die zich verschuilt achter een poster van een wolf? Gelukkig nieuwjaar!

Welk geluk wensen we elkaar precies met de zin “gelukkig nieuwjaar”? Het geluk van het schaap, de wolf of de herder? In de Vlaamse Regionale Indicatoren lees ik dat 89% van de Vlamingen zichzelf gelukkig noemt. Ondanks alles en juist daarom. Er zijn grote verschillen maar ons welbevinden wordt slechts voor 1/5 bepaald door onze sociale kenmerken en voor 4/5 door wat zich in ons hoofd afspeelt. (“Het zit allemaal in de kop, mijnheer!”) Het is dus efficiënter elkaar niet zozeer gelukkige gebeurtenissen te wensen, maar een manier van leven en kijken waardoor de gebeurtenissen ons gelukkiger maken.

Gelukkige mensen stapelen niet het ene succes op het andere, ongelukkige niet de ene mislukking op de andere. Geluk is geen optelsom. Studies wijzen uit dat gelukkige en ongelukkige mensen erg gelijksoortige levenservaringen hebben: thuis, op het werk, in de familie, op school of in het ziekenhuis. We maken allemaal min of meer hetzelfde mee.

Het echte verschil zit in onze definitie van wat positief en negatief is. Wie een gebeurtenis gemakkelijker een positieve draai geeft, is gelukkiger. Pessimisten en ongelukkige mensen denken twee maal zoveel aan onaangename gebeurtenissen dan optimisten en gelukkige mensen. De ene verdubbelt zijn geluk, de andere zijn ongeluk.

Soms zegt de slimste van het gezelschap me: “Ik ben geen optimist of geen pessimist, ik ben een realist”. Een realist is een pessimist die het nog niet wil toegeven. Optimisten en pessimisten zijn realisten. De realiteit is namelijk voor iedereen hetzelfde. We zien echter de dingen niet zoals ze zijn, maar zoals wij zijn. De fundamentele keuze is die tussen angst en hoop. Wie zich laat leiden door de hoop doet het, wat er ook gebeurt, altijd beter: op school, op het werk, in opvoeding, politiek, gezondheid of sport. Elk onderzoek bevestigt dat. Optimisme is een eenvoudig en goedkoop elixir dat wérkt. Een optimist moet oppassen dat hij voldoende realiteitsbesef behoudt en verantwoordelijkheid neemt. Maar een pessimist dreigt, verlamd door angst, veel kansen te laten liggen en veel van zijn potentie niet te gebruiken. Dat is spijtig voor hemzelf en voor de samenleving.

In zijn World Database of Happiness definieert professor Veenhoven geluk als “being satisfied with life while feeling good”. Je moet niet elke dag op tafel staan dansen van plezier. Vreugde drukt de emotionele kant van geluk uit, tevredenheid de rationele kant. Tevredenheid haalt een mens uit relaties, gezondheid, werk en vrijheid. Maar ook op deze domeinen geldt dat de oorzaak vaak bij het optimisme zelf ligt. Gezonde mensen zijn niet optimistischer. Optimistische mensen zijn gezonder. En succesvoller. En gelukkiger. Gelukkige mensen krijgen niet alles wat ze willen. Ze willen wat ze krijgen.

Voor alle duidelijkheid: ik pleit niet voor de karikatuur van de passieve optimist die fluitend in de zon zit te wachten tot het allemaal goed komt en het geluk uit de hemel valt. De actieve optimist is een avontuurlijke reiziger. Hij neemt geen bril mee maar een verrekijker. Die dient om scherp te stellen. Je hebt de keuze: je kunt scherp stellen op problemen of op kansen. De pessimist doet het eerste, de optimist het tweede. Uiteraard dient de verrekijker om tijdig gevaar te zien. Maar wie zich daarop focust, verlamt zichzelf. De optimist focust op de enorme en positieve mogelijkheden aan de einder. Die focus helpt hem om onderweg hindernissen te overwinnen, avontuur te beleven en van de reis een prettige ervaring te maken. Tot nut van ’t algemeen. Bovendien kun je de verrekijker ook omdraaien. Zo minimaliseer je wat op het eerste gezicht een geweldige ramp, een grote bedreiging of een onoverkomelijk obstakel lijkt: alles neemt weer even een andere proportie aan.

De herder die de poster van de wolf voor zich uitdraagt, beperkt zijn eigen gezichtsveld tot de toppen van zijn tenen. Mijn vertrouwen krijgt hij niet. Misschien kan hij beter investeren in een verrekijker. 2009 is het Internationaal jaar van de Creativiteit. “Om de problemen op te lossen, kunnen we niet dezelfde manier van denken gebruiken die de problemen heeft veroorzaakt,” zei Einstein. Hij was een optimist.