uit Het Nieuwsblad:
Leo Bormans maakt mensen optimistisch met boek ’100% positivo. Het geheim van optimisme’
‘Voeten op de grond, hoofd in de wolken’
Optimisme is een vaardigheid die je kan leren. ‘Ik vind het raar als ik lees: ‘de beurs reageert pessimistisch’. Alsof geld altijd gelukkig maakt. Relaties en vrienden zijn veel belangrijker om optimistisch door het leven te gaan’, zegt positivo Leo Bormans.
Met het onheilspellende beursnieuws van de voorbije dagen en weken zijn het niet meteen tijden om vrolijk van te worden. Toch zijn er gelukkig nog mensen die tegen de negatieve stroom inroeien, en het optimisme uitschreeuwen. ‘We moeten allemaal leren om wat positiever in het leven te staan’, zegt Leo Bormans, hoofdredacteur van het onderwijstijdschrift Klasse . Hij schreef er een boek over: 100% positivo. Het geheim van optimisme , en belooft: ‘Al wie het boek leest en naar een van mijn lezingen komt, wordt op slag tien procent optimistischer.’
Hoe bent u erbij gekomen om een boek te schrijven over het geheim van optimisme?
Leo Bormans: ‘Als ik een boek had geschreven over het geheim van cynisme, had u die vraag dan ook gesteld? (lacht) Iemand die over optimisme schrijft, moet een halfgare gek en een naïeve idealist zijn. Iemand die klaagt en zaagt, hoeft zich nooit te verantwoorden. Wie een postief verhaal brengt, moet dat wel. Wel, ik ben het beu om mij te verantwoorden.’
Maar waar hebt u de mosterd, de inspiratie gehaald?
‘Uit mijn leven. Ik ben er niet doelbewust naar op zoek gegaan. Ik ben over de vijftig en als ik op mijn leven terugkijk, merk ik dat ik alle tips voor meer optimisme die ik lees allang toepas. Natuurlijk heb ik mijn cynische periodes gehad, waarin ik mij volledig in het zwart kleedde en liedjes van The Smiths neuriede. Maar ik leef met de voeten op de grond en het hoofd in de wolken.’
‘Ik heb ook veel geleerd door mijn reizen naar andere landen, zoals Burkina Faso, de Filippijnen, China, India, … Ik heb daar scholen bezocht. Om een land echt te leren kennen, moet je hun scholen of gevangenissen bezoeken. En veel scholen in die landen lijken op gevangenissen. Ik stond er telkens van verbaasd hoe de mensen, de leerkrachten, er daar in slagen om met zo weinig middelen een echte gemeenschap op te bouwen. Het heeft mij meer dan ooit doen beseffen dat wij het recht niet hebben om te klagen en te zagen.’
En dat zegt u wanneer de financiële crisis in ons land nog nooit zo groot is geweest?
‘Ik vind het raar als ik in de kranten lees: ‘de beurs reageert pessimistisch’. Het toont aan dat begrippen zoals optimisme en pessimisme altijd worden vertaald naar economische termen. Alsof geld altijd gelukkig maakt. Dat is niet zo.’
‘Geluk wordt voor het grootste deel bepaald door de relaties die je hebt, het aantal vrienden dat je maakt en de kwaliteit ervan. Wie veel goede vrienden heeft, verviervoudigt zijn geluksgevoel. Voor mezelf heb ik het doel gesteld om per jaar drie nieuwe vrienden te maken, en ik moet zeggen dat dat aardig lukt. Als je positief door het leven gaat, is dat ook niet zo moeilijk, want je ontmoet die vrienden vanzelf.’
Zijn de Belgen optimisten of eersteklasse pessimisten, volgens u?
‘Voor mijn boek ben ik op straat naar duizend Vlamingen gestapt met de vraag: ‘Voor hoeveel procent noemt u zichzelf optimist?’ De gemiddelde score was 69 procent. Ik vind dat behoorlijk, maar het kan beter. Wat als we allemaal zouden proberen om daar tien procent bij te doen? Alle onderzoek toont aan dat optimisme leidt tot meer succes, gezondheid en geluk.’
Optimisme is een vaardigheid die we kunnen leren, zegt u. Hoe?
‘Veel mensen gaan ervan uit dat optimisme in je karakter ligt en dat het aangeboren is. Dat is het makkelijkste. Het onthecht je van de taak en de verantwoordelijkheid om zelf beslissingen te nemen. Maar optimisme kan je leren, gewoon door de knop in je hoofd om te draaien en een andere bril op te zetten. Het gaat meestal om kleine dingen, zoals: wees mild voor elkaar. Ik erger me elke dag aan mensen, maar ik denk ook wat ik eraan kan doen en hoe ik mijn verantwoordelijkheid kan opnemen. Dat is veel belangrijker.’
Moeten we nu allemaal 100 procent positivo’s worden?
‘Neen, dat is belachelijk en onmogelijk. Nochtans heb ik veel mensen gesproken die oprecht beweren voor honderd procent optimistisch te zijn. Of ik hen geloof? Waarom niet? Als iemand beweert pessimistisch te zijn, stellen we dat ook niet in vraag. Mijn vuistregel is alvast: niets moet. Maar als we allemaal een poging zouden doen, gaat ons Bruto Nationaal Geluk er flink op vooruit.’
Hoe optimistisch bent uzelf?
‘Ik geef me 90 procent. Dat is al meer dan voldoende (lacht) .’
Yves Delepeleire