Leo Bormans

Fata Morgana

maandag 1 september 2008

Ergernis: “Meestal durf ik mijn lerarenkaart niet eens gebruiken”, zegt een leraar. “Dan weten ze meteen dat ik leraar ben, niet iets om fier op te zijn.” Ik kijk hem ongelovig recht in de ogen: hij méént het.

Verwondering: Wereldwijd staan leraren in de top-3 van beroepen waar mensen het meest vertrouwen in hebben. In ons land scoren we nog hoger dan elders (88%) en komen we net na brandweermannen en dokters. Toch pakken we daar niet graag mee uit. Heb je daarentegen de naamkaartjes al eens bekeken van beroepen die in de vertrouwenslijst dik gebuisd zijn: advocaten, bankiers, bedrijfsleiders of marketeers?

Verantwoordelijkheid: Het laatste weekend van het schooljaar stond de eerste Fata Morgana in het teken van onderwijs. Het is blijkbaar geen probleem om genoeg jumpende ouders, zingende kinderen, klasfoto’s of 5000 boekentassen te verzamelen. Lerares Karine krijgt de dankbare opdracht om 1000 leraren “letterlijk en figuurlijk in de bloemetjes te zetten”. Ze maakt er meteen een verwendag van: een overrompelend buffet, muziek en zonnebloemen. Héél het onderwijslandschap is uitgenodigd. Klasse levert als extra schouderklop 1000 witte rozen af. Het enige probleem: als Geena Lisa arriveert zijn er nog maar 500 leraren opgedaagd. “Ze zouden nog sneller komen als ze op hun kop zouden krijgen, dan als ze verwend mogen worden”, zucht een collega. De deadline wordt dan maar even verlegd en iedereen begint te sms’en. Uiteindelijk dagen er 1002 leraren op. Ze lopen er een pak bescheidener bij dan je van gelijk welke andere beroepscategorie zou verwachten. Het siert hen enigszins. Maar tussendoor vraagt een mens zich toch ook even af waar dat klassieke geklaag over “gebrek aan waardering door de samenleving” dan wel op slaat. Het vertrouwen van de bevolking hebben we al, zwart op wit. Nu nog het zelfvertrouwen. De minicursus daarvoor telt de volgende hoofdstukken: laat kritiek bezinken, minimaliseer complimenten niet, wees geen perfectionist, zie het positieve in anderen en jezelf, recht je rug, ga een vriendschappelijke relatie met jezelf aan en vooral: (glim)lach veel. Het zal wellicht een zwaar schooljaar worden maar zullen we elkaar alvast ook een jaar vol zelfvertrouwen toewensen? Brandweermannen en dokters hebben er geen gebrek aan. Nu de leraren nog.

Je nek (hartslag: 96)

zondag 1 juni 2008

Ergernis: Zopas ‘De leraar van het jaar’ verkozen. Honderden nominaties door ouders, collega’s, leerlingen en de samenleving. Appreciatie voor ‘de leraar’ alom. Belt een genomineerde met krop in de keel dat ze niet naar het evenement mag komen.

Verwondering: “Ik mag niet van de directie”, zegt ze. “Ouders hebben achter mijn rug een dossier samengesteld met tientallen lovende getuigenissen, ook van leerlingen en collega’s. Maar van de directie heb ik nog nooit een schouderklop gekregen. Integendeel.”

Verantwoordelijkheid: We worstelen ons met de jury elk jaar graag door de grote stapel nominaties voor ‘De leraar van het jaar’. Vaak springt ons hart op, soms moeten we de zakdoek bovenhalen. De inzet van leraren in Vlaanderen is onbeschrijflijk breed en groot. De appreciatie daarvoor zo mogelijk nog groter. Leerlingen weten echt wel wat het verschil is tussen ‘een populaire’ en ‘een goede’ leraar. Ze vallen niet voor uiterlijke of oppervlakkige kenmerken. De ouders evenmin. Je kan het beroepsprofiel van de leraar naast de stapels brieven, tekeningen en mails leggen. De samenleving weet wat een goede leraar allemaal doet en kan. En nagenoeg iedereen zegt er bij dat de nominatie eigenlijk vooral naar ‘het hele team’ moet gaan. Dat beklemtoont ook elke genomineerde. Soms uit schrik om toch maar vooral zelf niet te veel applaus te krijgen. We zouden een zelfhulpgroep kunnen vormen voor leraren die ooit genomineerd werden voor een prijs (van de ‘Koningin Paolaprijs’ tot ‘De leraar van het jaar’) en daar nadien alleen maar miserie mee gekregen hebben. Vooral van de collega’s of de directie. Collega’s nomineren trouwens zelden andere collega’s. Tenzij die net een zware ziekte of een ramp hebben overleefd. Of als ze volgend jaar met pensioen gaan. Blijkbaar moet je hulpbehoevend zijn of klaar staan om te vertrekken, voor je de openlijke appreciatie van collega’s krijgt. “Onderwijs werkt nivellerend”, schrijft een lezer. “Middelmaat is de norm. Wie zijn nek uitsteekt, kan een klop verwachten.” Ik hoop dat hij ongelijk heeft.

Ben je gek?

maandag 28 april 2008

Ergernis: “Het is beter dat je haar niet gaat bezoeken.” Dat had de directeur gezegd aan de collega’s van Caroline. Ze zat voor de tweede keer in een psychiatrische instelling. En toen een collega toch op bezoek kwam, dacht die haar een compliment te geven door te zeggen: “Jij past hier niet.”

Verwondering: “Die collega zat fout”, zegt Caroline. “Ik paste er wel.” Nu staat ze weer voor de klas. Maar er met iemand over praten is bijna onmogelijk. Psychische problemen? Daar dansen we aardig om heen.

Verantwoordelijkheid: Eén op de vier Belgen kampt met een psychisch probleem. De helft daarvan heeft een ernstige psychische ziekte. De schaamte is groot: slechts één op de drie betrokkenen zoekt effectief hulp. Straffe cijfers, maar we zwijgen als vermoord. Bij de leerlingen zien we het nog wel: tics, hyperactief, eetproblemen, depressie, angst, zelfverwonding… We proberen signalen tijdig op te vangen, hen individueel te begeleiden en efficiënt door te verwijzen. Al wordt psychisch leed ook vaak ironisch weggelachen: “Je moet jezelf niet proberen interessant te maken.” We hebben in Vlaanderen niet voor niets zo’n hoog zelfmoordcijfer. Maar beseffen we bijvoorbeeld ook dat in elke klas één of twee leerlingen zitten die thuis een ouder treffen die worstelt met een psychisch probleem? Hoe warm is hun nest, hoe zeker hun plek, hoe belangrijk nog hun huiswerk? Ze zullen er niks over zeggen: “Ik wil niet dat ze denken dat mijn papa gek is.” Nog groter is het taboe onder collega’s. Veertig procent van het aantal ziektedagen bij leraren heeft een psychosociale oorzaak. “Gaat het een beetje?” vragen we dan. Ja, het gaat een beetje. Je kan er nu blijkbaar visoliesupplementen voor kopen. Maar is een warme school geen beter supplement? Zo’n school die rust uitstraalt en waar wat de geest beroert niet onder de mat wordt geveegd? Waar een kind, een ouder, een collega weet dat hij een mens mag zijn. Ook als wat hij voelt soms te gek is voor woorden.

Door de hel (Hartslag: 96)

zondag 23 maart 2008

Ergernis:Peter (25) geeft vier jaar les en wil weg. Ilse (26) zit al drie maanden met een depressie thuis. Kristof (24) is op zoek naar ander werk. Ik spreek met drie gebroken leraren. Krijt geknakt, diploma verscheurd, een barst in de laptop van hun dromen.

Verwondering: Ze wilden alle drie heel graag leraar worden. Ze studeerden er hard voor, liepen enthousiast stage, vlogen erin en dachten dat ze er helemaal klaar voor waren. Maar was het onderwijs ook klaar voor hen?

Verantwoordelijkheid: Eén op de vier jonge leraren stapt binnen de vijf jaar uit het onderwijs: één op de vijf uit het basisonderwijs, één op de drie uit het secundair. Busladingen vol. Ze zijn weg en komen nooit meer terug. Dat is een drama. Voor die jonge mensen én voor ons onderwijs. Peter zegt dat hij de leerlingen niet aan kan. Hij wil van zijn lessen geen gevecht met de klas maken. Hun mentaliteit is de zijne niet. Ilse heeft eerst enkele interims gedaan. Ze voelde zich sterk maar heeft het nu aan de stok gekregen met ouders. Die hebben volgens haar andere ouders en de directie tegen haar op gezet. Kristof voelt zich volledig aan zijn lot overgelaten. Als hij uitleg of steun zoekt, wordt hij door sommige collega’s uitgelachen. Zij scheppen er zichtbaar plezier in dat het hem niet lukt. Slapeloze nachten, pillen en een gebroken relatie. Ze hebben er veel voor over maar nu is het genoeg. In de doorlichting van de inspectie lezen we dat de helft van de starters méér feedback wil, meer lessen wil volgen bij ervaren collega’s en door een groep leraren begeleid wil worden. Ze missen vooral de collegiale schouderklop die leidt tot zelfwaardegevoel en een positief zelfbeeld. Eén op drie zegt dat niemand hen ooit vraagt naar hun behoefte aan ondersteuning. Ik begrijp het even niet. We blinken uit in onze zorg voor leerlingen en hun scala aan problemen. Mooi. En ondertussen laten we die jonge collega’s onder onze ogen door de hel gaan. “Ze kunnen het niet. Ze zijn slecht voorbereid. Ze vragen niks. Wij hebben het ook door scha en schande moeten leren. Ik heb al last genoeg.” Nog iemand een uitvlucht voor zoveel geknakte bomen?

1 000 doden

vrijdag 22 februari 2008

Klasgenoten planten een jaar na de dood van Jordi (11) een boom op de plek waar hij overreden werd. Elke week sterft in ons land één kind in het verkeer en worden er vijftien zwaar gewond.

Ergernis: Zijn klasgenoten komen een jaar na de dood van Jordi (11) een boom planten op de plek waar hij overreden is. Hun gedichten wapperen in witte slierten aan de takken van de jonge boom. Zijn ouders vertellen hoeveel steun zo’n actie hen geeft. Dan giert er weer zo’n gek de bocht om. We schudden ons hoofd.

Verwondering: “Heeft die mens dan nooit verkeersles gehad?” vraagt een klasgenootje. De stilte rilt over onze rug.

Verantwoordelijkheid: De klas had al eerder een petitie georganiseerd voor betere verkeerssignalisatie op de dodelijke plek. Die is er nu gekomen. Maar zo te zien verandert dat weinig aan het gedrag van de chauffeurs. Hebben zij nooit staan treuren met witte linten in de hand? Elke week sterft in ons land één kind in het verkeer en worden er vijftien zwaar gewond. Het totale aantal verkeersdoden is op zes jaar tijd gelukkig al met één derde gedaald: van 1 500 naar 1 000. Maar het zijn er te veel en het cijfer stabiliseert. Elk jaar hebben nagenoeg een half miljoen landgenoten te maken met een verkeersongeval: als betrokkene, getuige, familielid, vriend, collega of klasgenoot. Elke school heeft ondertussen al meer dan trieste ervaring genoeg met onheilsnieuws, stille marsen naar kruisen langs de weg, foto’s bij bloemen en kaarsen, de lege stoel in de klas. De school is willens nillens een professioneel opvangcentrum geworden voor slachtofferhulp en verwerking van verdriet en rouw. Leraren doen ook op dit vlak meer dan wat maatschappelijk van hen kan worden verwacht. En dan lees je dat er volgens het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid elk jaar 200 verkeersdoden minder zouden zijn als de gemiddelde snelheid twéé kilometer per uur zou dalen en het aantal gordeldragers zou stijgen tot 95 procent. Twee bijzonder eenvoudige ingrepen waar we zelf gemakkelijk voor kunnen zorgen. Een gordel dragen en twee kilometer minder hard rijden. Het is een begin. Ik durf niet vertellen aan de vriendjes van Jordi dat ons dat blijkbaar al zo moeilijk valt.