Klasse is teamwork van A to Z
BRUSSEL – Leo Bormans vernieuwt. Enthousiast over zijn kind Klasse spreekt hij honderduit over journalistieke kronkels, een opgefriste lay-out en baanbrekende webinitiatieven. Rode draad van het verhaal? ‘Klasse is teamwork, van de eerste tot de laatste letter.’
De redactie van Klasse straalt. Niet alleen de zitzakken, een piano en stoelen weggeplukt uit een oude cinema zorgen voor een impressionante eerste indruk, de portretten van allochtonen aan de muur dragen de boodschap uit. Hoofdredacteur Leo Bormans maakt meteen het onderscheid. ‘In Nederland tref je op het Ministerie van Onderwijs foto’s van voormalige ministers aan. Dat leek ons een beetje suf. Wij weten voor wie we schrijven.’
‘Achttien jaar enthousiasme verontrust het onderwijs gelukkig nog altijd’
Wat doen jullie hier lijkt me een levensgevaarlijke vraag. Teveel om op te noemen én te vaag om te kunnen plaatsen. Maks! klinkt me wel bekend in de oren. Als nieuwsgierige jongeling heb ik deze Klasse voor jongeren minstens éénmaal op mijn schoolbank zien gesmakt. ‘We bereiken 95% van de scholen in Vlaanderen’, maakt de hoofdredacteur me duidelijk. Hoe is het in godsnaam zo ver kunnen komen, denk ik. ‘Ik ben aan Klasse begonnen mee dankzij mijn leraren. In het leven is het bijzonder belangrijk een goede mentor te hebben’, fluistert hij me toe. Het lijkt wel hét geheim van een succesvol Klasse-avontuur. Is Bormans de geknipte Klasse-kopman?
‘Elk tijdschrift over de hele wereld opent met een voorwoord. Wij hebben dat nooit gedaan om historische redenen. We zijn hier achttien jaar geleden begonnen met drie man. Té belachelijk om onder ieder artikel een naam te plaatsen. Hoe meer we gegroeid zijn, hoe meer we hebben beseft dat naamloosheid een kracht is. Maar recent onderzoek in het kader van onze nieuwe lay-out toonde aan dat het editoriaal niet werd gelezen. Niemand herkende het. Dat is dodelijk. Daarom is het voorwoord sinds kort ons enige persoonlijke stuk met een naam én een gezicht. Het was niet mijn idee. Onze nieuwe vormgevers maken graag een onderscheid tussen een objectieve en deze subjectieve tekst. We gaan er zeker op vooruit.’
‘In 1989 komt met de derde staatshervorming de bevoegdheid onderwijs naar de Vlaamse Gemeenschap. Die federalisering van ons land bracht een hele beweging op gang waarbij ook de onderwijscommunicatie moest veranderen. Het tijdschrift voor de leraren van het gemeenschapsonderwijs had zijn beste tijd gekend en er was de idee om voor alle scholen een blad te maken. Ik gaf op dat moment twaalf jaar les maar was ook freelancer voor het nieuws van VTM dat uit de startblokken schoot. Ik werkte daarnaast aan kinder- en schoolboeken. Ik was veel met schrijven bezig. Toen kwam er een open sollicitatie voor het nieuwe initiatief van het Ministerie van Onderwijs.’
‘Het ministerie legde de nadruk op een initiatief over alle onderwijsnetten heen. Maar ze wisten zelf niet goed hoe dat er in de praktijk moest uitzien. Ik herinner mij Marc Reynebeau en gelijkaardige grote namen in de jury. Ik gooide meteen de naam Klasse op tafel. Nergens las ik wat ik over onderwijs wilde lezen. En wat ik vooral als leraar wil lezen. Het belangrijkste inzicht is dat je vertrekt van wat de ontvanger wil weten, niet van wat de boodschapper wil. Vakbondsbladen of teksten van inrichtende machten interesseren me hoegenaamd niet. Ik had er niets aan. Er zijn bladen die willen gemaakt worden, er zijn bladen die willen gelezen worden. Ik wil een blad maken dat wordt gelezen. Het blad dat het ministerie vroeger maakte werd aan één zijde dichtgeniet om het makkelijk te kunnen verzenden. We hebben eindeloos veel van die tijdschriften in scholen zien liggen waar het nietje nooit werd uitgehaald. Omdat de mensen het niet eens wilden lezen. Ik heb toen gezegd: ik wil een blad maken waar het nietje van puur plezier uitspringt.’ (lacht)
‘Zijn houding was samen met het hele ministerie een beetje van: laat die mannen maar doen. Baat het niet, dan schaadt het niet. Er kwam een redactieraad die min of meer toezicht hield, maar binnen de kortste keren hadden we die buitengewerkt. We moesten iets maken zoals in Nederland bestond. Maar Uitleg vonden wij maar niets. (cordaat) Wij maken een blad in opdracht van de minister, maar hij is ook gemandateerd door de burger. En de burger moet centraal staan.’
‘Bij de mensen was ons blad populair. Maar sommige belangengroepen, inrichtende machten en politici hadden altijd problemen. Voor mij kwam de reactie dan ook niet als een verrassing. Zo lang je je nek niet uitsteekt, hebben ze ook geen reden om je neer te sabelen. Klasse was een aantal jaren geduld, maar met Klasse voor Jongeren zochten ze een stok om een hond te slaan. Het was de spreekwoordelijke druppel. Ondertussen bestaat Klasse bijna 20 jaar…
‘Je zit altijd in een spanningsveld natuurlijk, maar in het statuut hebben we vastgelegd hoe wij werken. Concreet staat daar in wie over inhouden beslist, wie beslist wie wordt geïnterviewd, waar en wanneer kritiek mogelijk is op het beleid enz. Daar handelen we naar. Sinds kort zijn onze doelstellingen, werkwijzen en beoogde resultaten ook vastgelegd in een concrete beheersovereenkomst.
‘Wij bepalen waarover we het willen hebben. Maar wij halen die dingen natuurlijk niet uit de lucht. De samenleving is bezig met gokken, geweld op school, zelfmoord plegen… en wij zorgen voor een kruisbestuiving tussen Brussel en de Schoolstraat. Als de minister wil investeren in kleuteronderwijs, dan bedenken we samen een logo en tal van acties. Elke week komt zijn woordvoerder naar de redactie. Nadien is het belangrijk dat je nieuws hebt. Radio en televisie pikken nieuws op omdat wij getuigenissen hebben. We promoten de minister niet, we brengen getuigenissen uit de samenleving.’
‘Absoluut. We vinden ongelooflijk veel informatie. We onderhouden nauwe contacten met talrijke organisaties zoals de Koning Boudewijnstichting, maar ook scholen weten ons vaak talrijke tips aan te reiken. We hechten veel belang aan de doe-component, de betrokkenheid van iedere lezer. In extra bijlages leest de leraar bijvoorbeeld hoe hij concreet over een maatschappelijk probleem in de les kan spreken. De ervaringen komen terug naar ons. Meer dan twintig medewerkers vervoegen Klasse. Wij bedenken hier heel weinig. Wij gaan op pad.’
‘Onze redactie telt veel gedetacheerde leerkrachten. Ze hebben ervaring op het terrein, zijn complementair aan elkaar en voelen zich thuis bij Klasse. Als bijen brengen ze informatie binnen. (lacht) De muren tussen de redacties zijn letterlijk gesloopt. We zitten allemaal samen op één werkvloer. Als je het participatieve idee belangrijk vindt, moet je dat binnenshuis ook zo organiseren. Dat was vroeger wel anders. Nu leren we van elkaar. Allerhande activiteiten versterken bovendien de groepsgeest. Je gevoel straalt af op je werk.’
‘Volgend jaar wil ik met dat project zeker verder staan dan nu. We zijn in Engeland gaan kijken naar Teachers’ TV. Met steun van de overheid zenden zij educatief relevant nieuws en documentaires uit op televisie en via internet. Het is een privé-initiatief waar tweehonderd mensen aan werken. Ze maken achttien uur televisie per week, wat ik persoonlijk veel te veel vind. Wie kan dat allemaal bekijken? Wij willen via onze website en vooral met een bescheiden ploeg kwalitatief sterke verhalen uit Vlaanderen in beeld brengen. We trekken daarvoor nieuw talent aan. Concreet volgen we bijvoorbeeld een jaar lang maand na maand een beginnende leerkracht. Je kan daarover schrijven, maar dat onderwerp uit Klasse voor leraren komt zo echt helemaal tot leven. Tot nu toe hebben meer dan 15.000 mensen dat bekeken. De “vlieg in de kleuterklas” volgt 24 uur een groep kleuters en laat opvoedingsspecialist Peter Adriaenssens aanduiden wat kleuters allemaal leren zonder dat je het ziet. Bijzonder interessant en concreet. Er zijn vele voorbeelden van wat je de mensen kan tonen.’
‘Ik schrijf elke dag drie punten op die de moeite waard waren om geleefd te hebben. Samen met Klasse heb ik tal van hoogtepunten meegemaakt.
Voor mij persoonlijk is de verkiezing van de leraar van het jaar wel een bijzonder mooi moment. Ook vanwege de rol van leraren in mijn leven denk ik. Het is een symbolische actie om de leraren te waarderen. Op dit moment neem ik de nominatiebrieven van leerlingen en ouders door. Dat zijn zulke confronterende warme verhalen. Je kan zeggen dat Klasse zowel qua vormgeving als inhoud evolueert en innoveert, maar emotioneel blijven we voor altijd dicht bij onze lezers.’